HOOFDSTUK 3 : SPACE IS A HOUSE

Tegenover de dijk van Malo-les-Bains tussen de haven van Duinkerke en het strand staat het gebouw van Fonds Régional  d’kunst  contemporain Grand Large — Hauts-de-France (FRAC) een ontwerp van het architectenduo Anne Lacaton & Jean-Philippe Vassal. Het is de schaduw en het transparante spiegelbeeld van de industriële hal AP2 (prefabricatie atelier n°2) en getuige van de rijke historie van de Duinkerkse scheepswerven. Het fonds heeft ondertussen zo’n 1700 kunstwerken verzameld van de jaren 60 tot vandaag.

Het FRAC Grand Large kiest van bij het begin voor de dialoog tussen kunst en design, wat ook in deze GIGANTISME — KUNST & INDUSTRIE zijn sporen nalaat. Designvoorwerpen hebben onze huishoudens veranderd tussen 1947 en 1989 en verdient zo zijn plaats in het museum. Space is a House is te zien op drie verdiepingen van het FRAC.

Vanuit de intieme kring, onze kleine cocon, vertellen deze voorwerpen de aardverschuiving van ons naoorlogse huishouden, aanvankelijk een comfortabel nest vol Europese moderniteit voorbehouden voor wie het zich kan permitteren. En daarna de popularisering gevolgd door massaproductie en de nieuwe standaard-interieurs die dan weer door de kunstenaars op de korrel worden genomen.

Van een wereld in zwart en wit, zonder behangpapier, zonder badkamer en frigo evolueert onze thuis naar een interieur in de technicolor, naar het beeld van de Amerikaanse cinema, binnengebracht in het zog van het Marshall-plan. Het Europese modernisme vol lijntjes en kleuren van kunstenaars zoals Hans Hkunstung, Juan Miró en Alexander Calder verspreid door interieurmagazines die een woning concipiëren als een uitgebalanceerd maar onbewoonbaar samenspel van meubel en kunst.

Deze moderniteit van na de oorlog krijgt verder vorm door de Matisse-revolutie van papier voor hotelinterieurs en kapellen: ornamenten, herhaalde motieven, grote schaal en formaat, beïnvloeden een hele rits Europese en Amerikaanse kunstenaars: Patrick Saytour, Bernard Pagès, Shirley Jaffe, Pierrette Bloch, Carla Accardi, Lili Dujourie, Nathalie Du Pasquier, enz.  Deze kunstige, decoratieve historie (Frankrijk en Europa) werd lang met een scheve blik bekeken, maar kan vandaag met enige trots worden bekeken. 

De productie en verspreiding van design geïnspireerd op de ‘ware kunst’ verspreidt zich vanuit Parijs tot 1964. Daarna ontstaat een nieuwe Europese minimalistische stroming – Aurélie Nemours, Marcelle Cahn, François  Morellet, Max Bill, Antonio Calderara samen met Amerikaanse minimalistische kunstenaars die zich laten inspireren door de Europese abstracten (Ellsworth Kelly en Sol LeWitt) en in perspectief worden geplaatst door designers zoals France Bertin, Danielle Quarante, Roger Landault, Pierre Paulin, Christian Germanaz, Roger Tallon, Eero Arnio, Superstudio, enz. In de jaren 60 werken designers vanuit het concept van het vermenigvuldigen van deze minimalistische vormen om het geometrische en het organische hun sensuele vormen te geven (Gaetano Pesce et Studio 65) als echo van de bevrijde lichamen, seksualiteit als basis voor nieuwe kunst : de lichaamskunst.

Dit serieel werken maakt van GIGANTISME een teken dat ‘times are a-changing’ – dat productie en verspreiding van kunst niet meer op dezelfde manier gebeurt, dat sommige materialen uit de tijd zijn en ander meer dan ooit actueel. Kunstenaars zoals de Nieuwe Realisten hebben dit begrepen. Zij blazen met L’Atelier A een nieuwe wind door de design op het moment dat meubilair via de supermarkt aan een prisunic kan worden gekocht (Claude Courtecuisse). Design is meer en meer binnen handbereik, het garandeert de frisheid van de vooruitgang thuis. Een luie zetel van waaruit je de eerste man op de maan ziet wandelen, alsof de ruimte bij ons thuis is gekomen : Space is a House.

Wij kijken vandaag zonder gevaar naar een oorlog die op hetzelfde ogenblik woedt. Er is oorlog maar niet hier. Deze design ontstaat terwijl de koude oorlog Europa overspoelt. Het is deze jaren 60 context die ons vandaag een wrang gevoel geeft: de revolutie van ons huishouden dankzij seriewerk zorgt voor individualisme, conformiteit, anonimiteit.

De decoratieve waarde van het design en van de kunst blijkt een illusie en kunstenaars gaan het al vlug afzweren : Daniel Spoerri, Marcel Broodthaers, Jean-Michel Sanejouand, Jean-Jacques Lebel, Alain Jacquet, Michel Journiac, Nancy Wilson- Pajic, Hans-Peter Feldmann, Jacques Monory, enz.

Europa is ondertussen ook niet langer de enige bakermat van de kunst en thuis wordt het theater van ideologische discussies tussen generaties. In de loop van de jaren 80 verkennen kunstenaars nieuwe vormen vanuit het imaginaire van de bedrijven, vanuit een corporatisme zonder rekening te houden met de standaard en de eisen van onze voorouders : Victor Burgin, Philippe Cazal, enz.

KD, GG,
GL en SW